Een platvoet (doorgezakte voet) betekent dat de voetboog te laag is, waardoor de hele voetzool de grond raakt en de voet naar binnen zakt. Dit veroorzaakt vaak overpronatie en instabiliteit. Bij een holvoet (hoge wreef) is de voetboog juist te hoog, waardoor de druk vooral op de hiel en de voorvoet komt. Dat leidt tot stijve voeten, pijnlijke drukplekken en een groter risico op verzwikken. Beide afwijkingen beïnvloeden je looppatroon en vragen om aangepaste ondersteuning zoals steunzolen of orthopedische schoenen.